logo
DOM

‘Moet ik soms waken over mijn broer?’

Deze woorden spreekt Kaïn uit, als God hem vraagt: ‘Waar is Abel, je broer?’ We kennen het verhaal wel van Kaïn en Abel! Beiden brengen een offer aan de Allerhoogste, Kaïn, de landbouwer, van de opbrengst van het land; Abel, de herder, de eerstgeboren dieren van de kudde. God schonk wel aandacht aan Abels offer, maar niet aan Kaïns offer, zo lezen we. Genoeg reden om verongelijkt te reageren! Waarom gaat het de één wel goed en de ander niet? Waarom krijg Abel wel alles voor elkaar en ik niet! Dat Kaïn baalt, is begrijpelijk. Vaak is Kaïn als zondaar beschreven om te verklaren, waarom God geen aandacht aan hem besteedde. Maar dat staat er niet! Er staat alleen maar dit: Soms zit het mee, soms zit het tegen! Het goede en kwade is bepaald oneerlijk verdeeld over mensen!

Pas nu wordt het spannend in het verhaal: hoe zal Kaïn reageren? Hoe gaan we om met tegenslag? Wat is onze reactie, als het de ander beter gaat dan jou? Jaloers zijn, verdriet hebben, boos zijn… Er is nog steeds niks aan de hand. Kaïn had ook kunnen denken: ik gun het Abel, volgende keer beter, een paar dagen je zielig voelen en weer verder. Maar de woede verteert Kaïn en hij slaat Abel neer.

Dan vraagt God aan Kaïn: Waar is, Abel, je broer? En Kaïn: ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ Het antwoord is dus: Ja! Kaïn, wij zijn elkaars hoeder! Ik leef niet alleen voor mezelf. Het gaat niet alleen over mijn verlangen en wensen, mijn rechten. Al in het scheppingsverhaal vraagt God aan Adam: Waar ben je? En: het is niet goed, dat de mens alleen is. En God schept helpers, een mens naast een ander mens, maar ook dieren en bomen, en water en lucht, licht en donker, bergen en dalen… broeder zon en zuster maan, moeder aarde…

In de bijbel wordt gesproken van het verbond van God met mens en dier, met alles wat leeft! We zijn elkaars hoeders, is een basis-overtuiging in de bijbel, vooral met wie en wat kwetsbaar is. Liefde voor mens en aarde is dan ook voorwaarde voor gezonde verhoudingen èn voor een gezond klimaat! Leven met woorden uit psalm 98: ‘Juich de Heer toe, heel de aarde, juich en jubel, zing het uit. Laat bruisen de zee, met alles wat daar leeft, laat juichen de wereld met haar bewoners. Laten de rivieren in de handen klappen en samen met de bergen jubelen’.

In het westen zijn we gewend om de mens boven alles te zetten! We horen, dat we de aarde moeten beheren, maar vaak genoeg zijn wij de aarde gaan beheersen, zelfs gaan overheersen en uitbuiten. We zijn vergeten, dat we met alles wie en wat op aarde is een verbond hebben met de God.

Mijn oproep is om samen met heel de schepping lof aan de Eeuwige te brengen!

Zoals b.v. met lied 154b uit ons liedboek:

Zegen Hem, gij zon en maan,

sterren in uw vaste baan,

laat uw licht in volle schijn

voor de Heer een loflied zijn.

Alle wind en alle weer,

alles wat er gaat tekeer,

angstaanjagend in uw kracht,

wees de weerklank van Gods macht.

Licht en donker, dag en nacht,

strenge winter, zomer zacht,

ieder op zijn eigen tijd,

zing een lied de Heer gewijd.

Berg en heuvel, rots en dal,

klaterende waterval,

geef luidkeels de echo weer

van de jubel tot zijn eer.

Alles wat op aarde groeit,

wat ontkiemt en wat er bloeit,

wees een kleurig lofgedicht

voor zijn vriend'lijk aangezicht.

Vogels, vissen, wild en vee,

dieren hoog en laag, doe mee,

ieder met uw eigen stem,

in het feestconcert voor Hem.

Ds. Jan Struijk